Implantologie

Een implantaat vervangt de wortel van verloren tanden. Implantaten worden sinds meer dan 30 jaren gebruikt.
In vergelijk met gebruikelijke prothetische methodes bieden implantaten meerdere voordelen. In 1981 werden zij officiel herkend als wetenschappelijk gefundeerd methode van behandeling door de ´Deutsche Gesellschaft für Zahn-, Mund- und Kieferheilkunde` (DGZMK).

mplantaten bestaan meestal uit Titanium of een metalen legering uit Titanium, waardoor zij goed door het lichaam en vooral door het omringende bot en weefsel worden verdragen.
De oppervlakken worden in een speciaal procédé behandeld zodat het vastgroeien van het bot wordt bevorderd. Met de tijd ontstaat een stevige verbinding tussen implantaat en bot. Daarom zijn implantaten uitstekend geschikt om verloren tanden en wortelen te vervangen en zowel de kauwfuncties als het esthetische verschijning duurzaam te herstellen.

Het gebruik van implantaten heeft het spectrum van prothetische behandeling sterk verbeterd. Vele situaties kunnen met implantaten in estetische en functionele opzicht beter worden verzorgd dan met conventionel kunstgebit of een prothese.

Implantaten hebben volgende voordelen:

- Sparen van gezonde omringende tanden en bewaren van de tandglazuur
- Bewaren van lichaamseigen kaak/bot door natuurlijke belasting
- Protectie van de omringende natuurlijke tanden door het vermijden van overlasting en voortijdig verlies
- Hoge verdraagzaamheid van het implantaat door het weefsel
- Reductie van het risico van allergieen veroorzaakt door prothetisch materiaal
- Betere verzorgbaarheid van het kunstgebit
- Duurzamheid en daardoor hogere rentabiliteit


Medische indicaties in de Implantologie

De verschillende mogelijkheiden voor het plaatsen van implantaten worden medische indicaties genoemd: br/>
Implantaten voor een enkele tand of meerdere tanden:
Om een enkele tand of meerdere tanden te vervangen door een brug te bevestigen moeten normaal de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte van de ontbrekende tand of kies (tanden of kiezen) worden beslepen. Door het slijpen gaat natuurlijk tandhardsubstantie verloren en de patient loopt het risico van een trauma, dit betekend dat de beslepene tand volledig kan wegsterven. Bovendien zijn bruggen vaak minder goed te verzorgen. Ook vanuit esthetisch standpunt kunnen implantaten vaak betere resultaten opleveren.

De afbeelding toont een enkel gat tussen twee tanden in het zichtbare gebied.

Een implantaat werd ingevoegd. Blijkt de mate van stabiliteit voldoende, kan het implantaat direct worden voorzien van een provisorische kroon.

De definitieve kroon wordt na het volledige geneesproces van het implantaat geplaatst.

Finale gaten:

In sommige gevallen ontbreken de finale tanden op een zijde van de kaak. Dergelijke situaties kunnen met een uitneembare prothese of een brug op conventionele manier prothetisch worden behandeld. Hierbij vertoont een uitneembare prothese vaak een veel slechter draagcomfort dan constructies op basis van implantaten. Bovendien wordt het kaakbeen onder de prothese op een onfysiologische of onnatuurlijke manier belast waardoor hij nog verder kan atrofieren.
Het nadeel van een aanhangende brug is dat tenminste twee aangrenzende tanden moeten worden beslepen. Worden deze pijlers overlast, zit de prothese te los. Dit is vooral het geval bij parodontaal voorbelast gebitten.

Ontbrekende finale tanden in de rechte onderkaak.

Het grootste nadeel van een conventionele verzorging met een uitneembare tandprothese is het slechte draagcomfort, waardoor het verdere wegkwijnen van het kaakbeen onder de prothese wordt bevorderd.



Door het plaatsen van twee implantaten kan deze situatie worden voorkomen door een vast zittende brug. De b. v. door het kauwen veroorzaakte belasting wordt fysiologisch omgeleid in het kaakbeen en daardoor een verdere atrofie worden vermeden.



De tandelooze onderkaak / bovenkaak:

De tandelooze onderkaak / bovenkaak: Het trekken van een of meerdere tanden heeft vaak een voortdurende atropie van het kaakbeen tot gevolg. Na de verwijdering van een tand of kies, zal de kaak op deze plaats gaan slinken. Vooral in de onderkaak zit de prothese slecht en wordt het kauwen moelijk. Bovendien ontbreken de weekdelen van het gezicht de nodige steun, zodat de huid haar natuurlijke spanning verliest en het aangezicht ouder lijkt.
Door het plaatsen van implantaten kan in een dergelijk geval een een volledig kunstgebit zeker worden geimplanteerd. Hierbij kunnen verschillende oplossingen worden toegepast.

In een tandelooze kaak kunnen prothesen vaak moelijk worden aangepast waardoor de kwaliteit van het kauwen wordt verminderd.

Een betere steun van de prothese kan al door het inbrengen van twee implantaten met bolvormige ankers worden bereikt.

Een brugconstruktie tussen implantaten biedt nog meer steun voor een prothese.

Het is evenals mogelijk, een uitsluitend implantatgedragen brug te vervaardigen, indien de fysische # van het kaakbeen ervoor geschikt zijn. Hiervoor heeft men in de onderkaak 4 tot 6 implantaten en in de bovenkaak 6 tot 8 implantaten nodig.

Opbouw van been

Een toerijkend gedimensioneed benen volume is een belangrijke premisse van een successvolle implantatie. Alleen in dit geval kan het implantaat met een goede langudurige prognose worden verankerd en kan het zijn functie goed verrichten.

Vaak is er in het voorziene gebied van de implantatie niet genoeg bot aanwezig.
Dit gebrek van substantie is meestal een gevolg van ontstekingen van het tandvlees (parodontitis) of van andere ontstekingsbronnen in de kaak. Het kan verder ook optreden na het trekken van tanden, omdat het kaakbeen in het omringend gebied van de getrokken tanden niet meer fysiologisch wordt belast. Bovendien leidt de voortdurende druk van een prothese tot verdere resorptie van het bot.

Zoals boven vermeld, kan het zinvol zijn om op vroege termijn voor een implantatie in plaats van een prothese of kunstgebit te kiezen.

Een vakkondig doorgevoerde implantaat-therapie met fysiologische belasting van het kaakbeen kan een resorptie van been voorkomen.

Indien er niet genoeg been voor en direct implantaat beschikbaar is, moet het kaakbeen eerst worden opgebouwd of regenereerd.

Voor de opbouw van been en het Vervangen van been komen er meerdere technieken in aanmerking.

Het meest geschikte materiaal voor het opbouwen van een nieuwe been is nog altijd het eigen been.
Het verplanten van been wordt toegepast bij grootschaligere defecten. Afhankelijk van het benodigde massa van been, kan het been uit de kaak of uit het bekken worden genomen. In geval van een ontname van botspanen uit het bekken is er een volledige narkose noodzakelijk. Het ontname van been uit de kaak kan in lokale anesthesie worden uitgevoerd.
In gevallen waar het verplanten van een hele blok noodzakkelijk is, worden de kunstwortels pas na het volledige vastgroeien van het been uitgevoerd (ca. 3 tot 5 maanden).

Kleinere defecten van het kaakbeen kunnen worden behandeld door het Vervangen van been.

Vervangen van been

Bij kleinere defecten aan het te implanterende been wordt een zogenaamde gestuurde regeneratie (Guided Bone Regeneration) toegepast.
Hierbij wordt het defect met een granulair kunstmatig materiaal dat met eigen bloed wordt vermengt opgevuld en met een membraan afgedekt. De materialen die als vervanging worden gebruikt zijn medische producten van varierende samenstelling. Het kunstmatige materiaal overneemt vooreerst de functie van een substituant of plaatsvervanger, zodat de membraan niet collabeert onder de druk van het weefsel. De kunstmatige materialen hebben een osteoconductief effect, dit betekend dat de lichaamseigen cellen tijdens de fase van regeneratie worden "geleid". In de loop van enkele maanden wordt het kunstmatig materiaal door het eigen been vervangen of ze worden vast in deze ingeplant.
Afhankelijk van de manier van het defect/disfunctie wordt de gestuurde regeneratie voor of gelijktijdig met de implantatie doorgevoerd.

Sinusliftprocedure, Vervangen van been in de kaakholte

Boven de tandwortels in het zijdelijke bovenkaak bevindt zich de bodem van de kaakholte (sinus). Na verlies van een of meerdere tanden in dit gebied treden vaak resorpties van been in het voormalig gebied van de verloren tanden op. Bovendien wordt de bodem van de kaakholte verlaagd. Het gevolg is een verlies van hoogte in het gebied van het kaakbeen. Om een toerijkend lang implantaat te kunnen plaatsen, moet het verloren been worden geregenereerd, moeten de holle delen van de bovenkaak worden opgevuld.
In dit geval wordt een zogenaamde sinusliftprocedure doorgevoerd. Bij deze ingreep wordt de tedere slijmhuid van de kaakholte via een zijdelijk venster na boven in richting van de kaakholte verschoven, "gelift", zodat er een ruime holte ontstaat die plaats biedt voor het inplanten van het kunstmatig beenmateriaal. Bij extreme resorpties kunnen ook blokken van been aan het bodem van de kaakhol worden geimplanteerd. Zie Opbouw van been.
Door de sinusliftprocedure wordt de hoogte van het kaakbeen bereikt die nodig is voor een optimale implantatie. Afhankelijk van het bestaande volume van het restelijke been van de bovenkaak wordt de implantatie gelijktijdig met de sinusliftprocedure uitgevoerd. Bedraagd de hoogde van het overblijvende been minder dan 4-5 mm, wordt eerst de sinuslift uitgevoerd en de implantatie volgt pas na een uitgebreide genezingstijg van 5 tot 9 maanden.